New York, begin jaren zeventig — de tijd waarin Elsa Peretti, na jaren in de modewereld rond Halston, haar sculpturale sieradenwerk begint te tonen aan een klein circuit van boetieks en verzamelaars. Geen edelstenen, geen protserij — enkel gepolijst goud en zilver in vormen die op kiezelstenen, bonen of open hartjes lijken. In 1974 sluit ze een contract met Tiffany & Co., waar datzelfde jaar de 'Bone Cuff' wordt geïntroduceerd: een manchet gegoten naar een menselijk bot, glad en zwaar en absoluut niet klassiek. De sieradenmode is voorgoed veranderd. De naam van de ontwerper telt nu meer dan de naam van het huis.
De periode 1965–1990 breekt met alles waar mid-century voor stond. Weg met de parures, weg met de terughoudendheid, weg met de klassieke elegantie. Deze vijfentwintig jaar zijn de tijd van brutalisme in goud, van designer-signaturen, van cocktailringen die op een chocolade-truffel lijken en van kettinggoud dat zich niet meer laat wegstoppen onder een blouse.
De wereld waarin dit ontstond
Politiek en cultureel is dit een woelige tijd: de Vietnam-oorlog, de studentenopstand van '68, feminisme, gay liberation, de disco-jaren, en aan het einde Reagan, Thatcher en de excessen van de jaren '80. Elk decennium heeft eigen sieraden. Eind jaren '60: brutalisme, hippie-motieven, natuurlijke stenen. Jaren '70: kettinggoud, dikke schakels, koraal en turkoois. Jaren '80: opnieuw grootse cocktailringen, veel gekleurde stenen, opzichtige oorbellen.
De naam die alles verandert is Elsa Peretti (Tiffany & Co., vanaf 1974) — gevolgd door Paloma Picasso (Tiffany, vanaf 1980), Angela Cummings (Tiffany, jaren '70), David Webb, Jean Schlumberger, en in Italië de designers rondom Bulgari (Aldo Cipullo voor de Nail-collectie, later voor Cartier de Love-armband uit 1969). Een sieraad is niet meer alleen 'een Cartier' of 'een Van Cleef', maar 'een Peretti', 'een Cipullo', 'een Buccellati'.
In Nederland groeit een eigen designersscene rond de Rietveld Academie (Emmy van Leersum, Gijs Bakker) die conceptuele sieraden maakt — nu een verzamelgebied op zich.
Politiek en cultureel is dit een woelige tijd: de Vietnam-oorlog, de studentenopstand van '68, feminisme, gay liberation, de disco-jaren, en aan het einde Reagan, Thatcher en de excessen van de jaren '80.
Zo herken je het
Geelgoud is dominant en zwaar. Waar mid-century subtiel textuurgoud gebruikte, kiest deze periode voor grove, sculpturale volumes. De brutalist-stroming (denk aan werk van André Vassort in Frankrijk) heeft sieraden die eruit zien alsof ze net uit een gietvorm zijn gebroken.
Kettingschakels zijn breed en zichtbaar. Cuban links, Figaro-schakels, brede curb chains, en de klassieke 'gourmette' worden nu als hoofdsieraad gedragen, niet meer als drager van een hanger. De ketting is het sieraad zelf.
Kleurstenen komen terug in ongepolijste of half-gepolijste vorm: gepolijste turkoois-cabochons, kralen van koraal en lapis, tijgeroog. Cocktailringen worden opnieuw enorm — grote gebeeldhouwde goud-partijen met een centrale steen als 'kop'. In de jaren '80 komen ook synthetische en behandelde stenen (heat-treated saffier, geïrradieerde topaas) volop in gebruik.
Geelgoud is dominant en zwaar.

