Wenen, 1885. Achter een etalage in de Kärntnerstraße ligt een tableau met broches en oorhangers, elke prijskaart vermeldt netjes 'goldtopas' of 'rauchtopas'. Een deel van die stenen is echte topaas; een groter deel is citrien of rookkwarts — beide kwarts, beide veel goedkoper dan topaas, beide onder een gangbare handelsnaam verkocht. De klant kreeg wat ze zag, de handelaar noemde het bij de naam die in die tijd gebruikelijk was. Pas na 1900 werd de eis van precieze mineralogische benaming langzaam standaard; wie een negentiende-eeuws etiket leest doet er goed aan die conventie te kennen.
Citrien is de geel tot goud gekleurde variant van kwarts, dezelfde mineraalfamilie als amethist en rookkwarts. Topaas is een aluminium-silicaat-fluoride, een eigen mineraalfamilie. Hardheid citrien 7; topaas 8. Chemisch, optisch en fysiek zijn het twee verschillende stenen — maar de handelsgewoonte om beide 'topaas' te noemen was decennialang standaard.
De steen in het kort
In vintage sieraden ontmoet je citrien vooral vanaf de laat-victoriaanse periode, en met een absolute piek in retro (1935–1950). Grote goudgele of oranje stenen in emerald-cut of ovale slijpsels, gezet in geel of rosé goud, zijn typische retro cocktail-stukken; de aanduiding op oude etiketten is dan vrijwel altijd 'goldtopas' of 'topaas'. Echte topaas in oud werk is zeldzamer en meestal imperial topaas (goud-oranje met roze zweem) uit Ouro Preto in Brazilië.
Voor de bredere retro-context zie de retro stijlgids. Voor waardevragen: de prijsgidsen.
In welke periodes je deze steen tegenkomt
Georgian en vroeg-victoriaans werk (vóór 1860) toont echte imperial topaas uit Ouro Preto in gesloten foliezettingen — kleine ovalen of ronde stenen in geel goud, vaak in halskettingen met parures (bijpassende oorhangers en broche). Deze topaas is authentiek en zeldzaam; de kans dat 'topaas' op een oud etiket écht topaas is, is bij Georgian werk hoger dan in latere periodes. Zie de victoriaanse stijlgids.
Late-victoriaans en Art-nouveau werk (1880–1910) gebruikt vooral citrien onder de naam 'gouden topaas'. Grote ovale of ronde stenen in cluster-monturen of als centrale steen in slangenringen. Rookkwarts komt voor als 'rooktopaas' in Schots granietwerk (Cairngorm-stenen in tartan-broches en dirk-heften) en in Weense Jugendstil.
Retro (1935–1950) is de piek voor citrien. Zie de retro stijlgids. Enorme goudgele of oranje emerald-cut of cushion-cut stenen in massief geel goud, geflankeerd door brede geribbelde banden — de cocktailring in citrien is een van de kenmerkende retro-gebaren. Op oude etiketten meestal 'gouden topaas' of 'Madeira topaas'; feitelijk vrijwel altijd citrien uit Brazilië, meestal warmtebehandelde amethist.
Georgian en vroeg-victoriaans werk (vóór 1860) toont echte imperial topaas uit Ouro Preto in gesloten foliezettingen — kleine ovalen of ronde stenen in geel goud, vaak in halskettingen met parures (bijpassende oorhangers en broche).
Oud vs modern
Historische benamingen zijn geen bedrog. In de negentiende en vroeg-twintigste eeuw was 'gouden topaas', 'Madeira topaas' en 'rooktopaas' de gangbare handelsterminologie voor respectievelijk gele citrien, oranje-bruine citrien en rookkwarts. De klant wist meestal welke steen ze kocht (en betaalde de bijbehorende prijs); de precieze mineralogische naamgeving zoals wij die nu eisen is een twintigste-eeuwse ontwikkeling. Wie een oud etiket leest kan het beste de context wegen: metaal, montuur, prijs, periode.
Verschil citrien en echte topaas op patroonniveau. Topaas is harder (8 vs 7) en voelt zwaarder aan (dichtheid 3,5 vs 2,65). Onder polariserend licht toont echte topaas een sterke dubbele breking; citrien is licht dubbelbrekend, meestal zonder duidelijk polarisatiepatroon. Kleur van echte imperial topaas heeft een lichte roze zweem; citrien is meestal zuiver goud of oranje. Zekerheid geeft alleen een refractometer of gemmologisch rapport.
Warmtebehandeling: de grote meerderheid van de gele citrien op de moderne markt (en al in de retroperiode) is warmtebehandelde amethist. Natuurlijke citrien is zeldzamer en meestal blek geel. Beide zijn periodecorrect voor twintigste-eeuws werk; de eerste circuleerde in retro cocktailringen, de tweede in fijner Europees atelierwerk. Voor blauwe topaas op de moderne markt (bijna zonder uitzondering bestraald) geldt: geen vintage werk, dat is een naoorlogse en vooral post-1970 praktijk.
