De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Sluitingstype als dateringsanker
Boxlock met veiligheidsketting. Klassieke sluiting van edwardiaans tot mid-century. Robuust, dateerbaar aan de vorm van de kastjes.
Karabijnsluiting. Vanaf de jaren '70 dominant. Op ouder werk vaak een teken van een latere vervanging.
Toggle- of T-bar-sluiting. Kenmerkend voor Etruscan Revival en late negentiende eeuw; op mid-century stukken meestal decoratief bedoeld.
Ringveersluiting (spring ring). Twintigste-eeuws, doorlopend gebruikt. Neutraal voor datering.
Lengte en periode
Choker (35–40 cm). Populair in de vroege twintigste eeuw en opnieuw in de jaren '90.
Princess (42–48 cm). De klassieke lengte, doorlopend gedragen sinds mid-twintigste eeuw.
Matinée (56–60 cm) en opera (70–90 cm). Formeel; typisch voor parelcolliers uit de jaren '20 tot '50.
Sautoir (100 cm+). Karakteristiek voor de jaren '20; vaak met kwast of hanger. Sterk gestegen op de vintage-markt.
Schakelgewicht en constructie
Bij gouden colliers is het gewicht van de schakel de belangrijkste intrinsieke factor. Weeg het hele stuk en trek indicatief het gewicht van eventuele stenen af. Voor 18kt: gewicht × 0,75 × dagkoers goud = ondergrens. Zware, massieve schakels (bijvoorbeeld gourmet, figaro, gucci-schakel) tellen zwaar mee; luchtige of holle constructies alleen op basis van ontwerp.
Compleetheid van tussenschakels en hangers
Colliers verliezen door de jaren tussenschakels, kleine hangers, veiligheidskettinkjes en soms hoofdhangers. Een compleet stuk in ongewijzigde staat is aanzienlijk waardevoller — vaak twee keer zoveel — dan hetzelfde model met vervangen onderdelen of ontbrekende accenten. Bewaar losse componenten die je vindt en bied ze samen met het collier aan bij taxatie.