De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Paar-compleetheid
Oorbellen worden vrijwel altijd als paar getaxeerd. Één losse oorbel is een curiositeit — hooguit een tiende tot een vierde van de paar-waarde, tenzij het om een uitzonderlijk zeldzaam of gesigneerd stuk gaat waarvan de partner op de markt is terug te vinden.
Controleer bij taxatie of het paar écht bij elkaar hoort: identiek gewicht, identiek stempel, identieke steenzetting en spiegelbeeldige compositie. Twee ogenschijnlijk gelijke oorbellen die bij nadere inspectie licht verschillen zijn vaak samengesteld uit twee losse paren — voor de markt zijn dat twee halve waarden, geen volledig paar.
Sluitingstype en datering
Schroefsluiting (screw-back). Gebruikelijk vóór ongeveer 1900 tot in de jaren '30. Ronde schroef achter het oor, altijd handmatig aan te draaien. Typerend voor edwardiaans en vroeg art-deco werk.
Clipsluiting (clip-back). Vanaf de jaren '30 en dominant tot de jaren '70. Voor niet-gaatjes-oren geschikt; nu weer gewild bij verzamelaars die geen doorboorde oren hebben.
Doorsteek (post en butterfly). Vanaf de jaren '50 gangbaar, na 1970 dominant. Voor moderne dragers de meest gewilde sluiting; bij vintage stukken wel controleren of het niet om een latere ombouw gaat.
Franse haken (French hook). Doorlopend gebruikt sinds de negentiende eeuw. Elegant en tijdloos; niet leeftijd-specifiek.
Ombouw en originele staat
Een veelvoorkomend probleem bij vintage oorbellen is de ombouw van schroef- of clipsluiting naar moderne doorsteek. Voor draagbaarheid is dat begrijpelijk; voor waarde vrijwel altijd nadelig. Een taxateur ziet direct waar de originele sluiting zat — soldeersporen, kleurverschil in het metaal — en verlaagt het oordeel dienovereenkomstig. Bij twijfel: laat de oorspronkelijke sluiting intact en overweeg alleen ombouw voor stukken die je zelf blijft dragen.
Materiaal en gewicht
Gewicht is bij oorbellen relatief onbelangrijk voor de intrinsieke waarde — de meeste vintage paren wegen samen tussen de drie en tien gram — maar de metaalkeuze verraadt de periode. Platina wijst op edwardiaans of art-deco haute joaillerie; witgoud op na-oorlogs werk; roségoud sterk op de retroperiode van de jaren '40; geel goud is periode-neutraal.