Los Angeles, 1943. Rita Hayworth wordt op de set van Cover Girl tussen twee scènes door gefotografeerd. Aan haar pols zit een enorme roségouden armband, opgebouwd uit brede afgeschuinde schakels die aan het rupsbandwerk van een tank doen denken. Aan haar vinger een cocktailring met een citrien zo groot als een dobbelsteen. Om haar te vergezellen zijn platina en diamant er niet: die zijn op rantsoen. Wat over is, is goud in vele karaten, in maten die de oorlog moeten wegdrukken.
De retro-periode ontstaat uit noodzaak. Vanaf 1935 sluipt de mondiale schaarste al richting de sieradenkunst. Vanaf 1940 wordt platina in de Verenigde Staten officieel verboden voor niet-militair gebruik — het is nodig voor katalysatoren en oorlogsindustrie. Diamanten uit Zuid-Afrika bereiken Europa nauwelijks. Wat rest is goud, in alle karaten, en de vindingrijkheid van de ateliers.
De wereld waarin dit ontstond
Hollywood is de artistieke motor van deze periode. Terwijl Parijs onder bezetting ligt en Londen de Blitz doorstaat, wordt de sieradenmode gemaakt in Beverly Hills. Filmsterren als Joan Crawford, Bette Davis, Marlene Dietrich en Rita Hayworth dragen op het witte doek de nieuwe silhouetten. Kostuumontwerpers als Adrian werken samen met juweliers als Paul Flato en Trabert & Hoeffer-Mauboussin. Wat je ziet in de film, wil je hebben.
Van Cleef & Arpels vlucht in 1940 vanuit Parijs naar New York en opent daar een tijdelijke boetiek. Cartier verplaatst een deel van zijn productie naar Amerika. Deze migratie versmelt Europese vakmanschap met Amerikaanse smaak en genereert een uitgesproken 'retro Hollywood'-stijl die tot 1950 dominant blijft.
De mode zelf verandert mee: brede schouderpartijen, ingesnoerde tailles, wijde rokken (vanaf 1947 de New Look van Dior). Sieraden moeten die schaal aankunnen — bescheidenheid past niet.
Hollywood is de artistieke motor van deze periode.
Zo herken je het
Roségoud is het handelsmerk. Toegevoegd koper geeft goud een warme roze tint die perfect combineert met citrien en aquamarijn — de twee grote stenen van de periode. Beide zijn relatief betaalbaar en beschikbaar, en beide worden nu in grote, gebeeldhouwde formaten toegepast (ovaal, emerald cut, of speciale 'briolet' fancy cuts).
Constructies zijn massief maar hol. Om aan goud te besparen, worden ontwerpen vaak uitgevoerd in dikke maar holle wanden — de indruk is monumentaal, het gewicht valt mee. Tank-armbanden (naar de rupsband van een tank), gasbuis-kettingen (met dikke, holle schakels) en brug-motieven (die letterlijk op een brug lijken) zijn signatuur.
Synthetische robijnen en saffieren, uitgevonden begin twintigste eeuw, worden nu volop gebruikt — de natuurlijke stenen zijn simpelweg niet beschikbaar. Ook wordt gekleurd goud met palladium (een licht wit) toegevoegd waar platina zou zijn gebruikt.
Roségoud is het handelsmerk.

