De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Schelp versus steen — de eerste splitsing
Schelpcamees worden gesneden uit de wand van tropische schelpen (Cassis rufa, Cypraecassis rufa, Strombus gigas). Herkenbaar aan de licht doorschijnende, warm-crème tot rozige kleur en de relatief dunne uitvoering. De achterkant is licht gebold; onder tegenlicht zie je vaak dat het materiaal doorschijnt.
Steencamees worden gesneden uit gelaagde harde stenen — meestal agaat, onyx of sardonyx. Ondoorschijnend, zwaarder in de hand, scherper contrast tussen figuur en achtergrond. Onder tegenlicht: geen doorschijning. Technisch veel bewerkelijker en fundamenteel duurzamer dan schelpwerk.
Kwaliteit van het snijwerk
Een taxateur beoordeelt scherpte en detail van het snijwerk: fijne haarpartijen, ondiep gesneden lagen naast diep reliëf, correcte anatomische verhoudingen en een levendige uitdrukking. Napolitaanse ateliers uit de late negentiende eeuw staan bekend om hun uitzonderlijk fijne schelpwerk; matige negentiende-eeuwse werkstukken uit toeristenproductie hebben veel platter en grover snijwerk.
Signering (op de achterkant of aan de rand) van een bekende snijder tilt het stuk structureel op — maar zoals bij alle signaturen: authenticiteit moet door een specialist worden bevestigd.
Montuur en periode
Vroeg-victoriaans (1837–1860). Vaak in 15kt of 18kt goud gezet, met filigraan of gedraaid randwerk. De sluiting is typisch C-clasp.
Laat-victoriaans en edwardiaans. Fijner filigraan, soms met kleine parels of granaten als randaccenten.
Art nouveau (1890–1910). Cameewerk in vrijer, natuurlijker montuur; soms in zilver met vergulding.
Twintigste-eeuwse reproducties. Machinaal ingezet montuur, dunnere gouden achterplaten, snijwerk vaak plat.
Conditie en compleetheid
Barsten in de schelp, chips aan de rand, gerepareerde figuurdelen en vervangen sluitingen drukken de waarde. Een schelpcamee is inherent kwetsbaar — een klein barstje is niet fataal maar moet altijd worden gemeld. Steencamees zijn veel duurzamer; een chip in een steencamee is uitzonderlijk en drukt de waarde fors.