Het ontstaan
De Love-armband wordt in 1969 geïntroduceerd door de New Yorkse studio van het huis. Ontwerper Aldo Cipullo — een Italiaan die in de tweede helft van de jaren zestig voor Cartier in New York werkt — bedenkt een armband die niet als sluiting werkt, maar als constructie: twee halve schalen die met kleine schroeven om de pols worden gesloten, met een bijgeleverde schroevendraaier die de drager niet zelf hoeft te hanteren. Het idee is bewust conceptueel: de armband suggereert een verbintenis die niet zonder ingreep verbroken wordt.
New York eind jaren zestig is het culturele decor: de vrije-liefde-cultuur ligt op zijn hoogtepunt, en Cipullo zet daar een uitgesproken burgerlijk-antwoord tegenover — een sieraad dat commitment tot ontwerpprincipe verheft. Het huis begrijpt de communicatiekracht daarvan direct. De vroegste exemplaren worden bezorgd bij bekende New Yorkse koppels als publiciteitsactie, en de armband groeit binnen enkele jaren uit tot een van de meest gefotografeerde sieraden van het decennium.
De lijn breidt in de decennia daarna uit: ringen, oorbellen, kettingen en later ook de Love-cufffamilie met bredere en smallere varianten, pavé-uitvoeringen en versies in drie goudkleuren. De schroef als motief blijft de constante — het is een van de weinige moderne sieradenontwerpen die vrijwel onmiddellijk bij introductie iconisch werd en het sinds die tijd gebleven is.