De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Het slijpsel van de hoofdsteen
Het slijpsel is de eerste vraag, nog vóór het gewicht. Een moderne briljant wordt op de internationale markt afgerekend tegen actuele diamantprijzen, en die zijn de afgelopen jaren onder druk komen te staan. Een oude briljant of oude mijn-slijpsel volgt een andere logica: die stenen zijn met de hand geslepen, hebben een kleine tafel, een hoge kroon en een zichtbare culet, en worden gekocht door liefhebbers die precies dat warme, brede vuur zoeken. Voor een gelijk karaatgewicht kan een goede oude briljant tegenwoordig boven een moderne steen uitkomen.
Roosdiamant (rozet, met een platte onderkant en driehoekige facetten) is nog weer een aparte markt. Het gewicht is laag, maar in een origineel achttiende- of negentiende-eeuws montuur is de rozet de belangrijkste dateringsaanwijzing en dus prijsdragend. Meer hierover staat in de gids over oude diamant-slijpsels.
Karaatgewicht en de sprongen in de prijsschaal
Diamantprijzen lopen niet lineair op met het gewicht. Rond de magische grenzen — 0,50, 0,90 en 1,00 karaat — maakt de prijs per karaat een sprong. Een steen van 0,98 ct is per karaat merkbaar goedkoper dan een steen van 1,02 ct, terwijl je het verschil met het blote oog niet ziet. Wie koopt, kan daar zijn voordeel mee doen; wie verkoopt, moet er rekening mee houden dat een net-onder-de-grens steen zelden de ronde-getal-prijs haalt.
Bij vintage stenen is het gewicht bovendien vaak geschat in plaats van gewogen: de steen zit vast in het montuur en wordt niet uitgehaald voor de taxatie. Een specialist meet dan diameter en hoogte en rekent terug. Reken op een marge van vijf tot tien procent.
Kleur, zuiverheid en de rol van certificaten
Kleur (D tot Z) en zuiverheid (IF tot I3) bepalen binnen hetzelfde gewicht makkelijk een factor twee tot drie. Bij vintage ringen ontbreekt vrijwel altijd een laboratoriumcertificaat, omdat die pas vanaf de jaren zeventig gangbaar werden. Dat is geen probleem voor de taxatie — een ervaren taxateur beoordeelt de steen in het montuur — maar het maakt wel uit voor de verkoopbaarheid. Boven ongeveer één karaat loont het bijna altijd om de steen los te laten certificeren door een erkend laboratorium.
Let op: bij oude slijpsels wordt de kleur vaak iets lager beoordeeld dan een leek verwacht, doordat de dikkere kroon meer lichaamskleur laat zien. Dat is normaal en verdisconteerd in de marktprijzen voor periodestenen.
Edelmetaal en montuurtype
Platina, 18 karaat en 14 karaat goud liggen in die volgorde af in materiaalwaarde per gram, maar het montuurtype weegt zwaarder dan de paar gram metaal. Een fijn uitgewerkt filigraan- of doorbroken montuur uit de edwardiaanse periode is handwerk dat vandaag niet meer rendabel te maken is; een massief, glad jaren-tachtig montuur is dat wel. Twee ringen met een identieke steen kunnen daardoor honderden euro's uit elkaar liggen.
Witgoud dat oorspronkelijk gerodineerd was en nu geel doorschijnt is geen gebrek, maar wel een kostenpost bij doorverkoop. Reken op vijftig tot honderd euro voor een professionele herbehandeling.
Periode en herkenbaarheid van de stijl
Een ring die onmiskenbaar art deco is, verkoopt sneller en hoger dan een ring uit een tussenperiode zonder uitgesproken vormtaal. De markt beloont herkenbaarheid: geometrie en calibré-zetting voor de jaren twintig, guirlandes en millegrain voor edwardiaans, cluster- en markiezenvormen voor victoriaans. Ringen uit de jaren zestig en zeventig zonder ontwerpkarakter belanden vaker in het segment waar vooral de materiaalwaarde telt.
Staat, ringmaat en eerdere reparaties
Een versmalde ringband door decennia dragen, een eerder vergrote maat met zichtbaar soldeer, of nieuwe zetklauwen van modern materiaal: alle drie drukken ze de waarde, maar geen ervan is fataal. Belangrijker is dat er niets onomkeerbaars is gebeurd. Een herpolijste art-decoring waarbij de millegrain-rand is weggeslepen, verliest structureel meer waarde dan dezelfde ring met eerlijke slijtage.
Extreme ringmaten (kleiner dan 15 of groter dan 21) beperken de kopersgroep en drukken de prijs met tien tot twintig procent, tenzij de ring eenvoudig te vermaken is.