New York, 1926. Een vrouw komt binnen bij het Waldorf-Astoria, gooit haar bontstola over de leuning en trekt lange zwarte handschoenen uit. Aan haar polsen: twee brede platina armbanden met baguette-diamanten en calibré-geslepen onyx. Aan haar oren: geometrische pendeloques die tot op haar schouders vallen. In haar hand een sigarettenhouder, ook al met onyx. Ze bestelt een dry martini. De pianist speelt Gershwin. Dit is het moment waarop art deco geen stijl meer is, maar een levenshouding.
De officiële geboorte van art deco is 1925, de Parijse Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes — waar de stijlnaam vandaan komt. Maar de aanloop begint al rond 1920, en de nabloei loopt tot 1935. Vijftien jaar waarin de sieradenkunst voor het eerst met de moderniteit meebeweegt: sneller, strakker, kleuriger, brutaler.
De wereld waarin dit ontstond
Na de Eerste Wereldoorlog gooit de generatie die overleefde alles overhoop. Vrouwen knippen hun haar kort, dragen jurken tot op de knie, roken in het openbaar en dansen de Charleston. In Parijs opent Coco Chanel de eerste boetiek in beige jersey, in New York noteert de beurs elke dag nieuwe records, in Berlijn is het Kabarett op zijn hoogtepunt. Het is de tijd van jazz, ocean liners, streamline-treinen, art-deco bioscopen en het art-deco appartement.
Egypte doet volop mee. In 1922 opent Howard Carter het graf van Toetanchamon en Egyptomanie vliegt de wereld over. Scarabeeën, pyramides, lotusbloemen en hiëroglifische motieven verschijnen op elke revers en oorbel — bij Cartier, Van Cleef & Arpels, Lacloche.
Verre Oosten evenzeer. Chinese en Japanse invloeden komen mee via de kolonies: jade in vlakke tabletten, koraal in gepolijste blokken, zwarte lak. De 'Tutti Frutti'-stijl van Cartier (gegraveerde smaragden, robijnen en saffieren in Indiase stijl) hoort tot dezelfde beweging.
Na de Eerste Wereldoorlog gooit de generatie die overleefde alles overhoop.
Zo herken je het
Platina is het edelmetaal van de periode. Vanaf 1930 begint witgoud op te komen als goedkoper alternatief, maar échte art-deco uit de kernjaren (1920–1929) is bijna zonder uitzondering in platina uitgevoerd. Geel goud verschijnt vaak in combinatie: een gouden armband met platina midden-element, bijvoorbeeld.
Slijpsels vertellen het decennium. Oude briljant en oud-europees slijpsel domineren tot circa 1925, daarna verschijnen baguette en trapeze — rechthoekige, hoekige slijpsels die perfect passen bij de geometrie van het ontwerp. Calibré-geslepen (op maat gesneden) kleurstenen — onyx, koraal, smaragd, robijn — vullen de tussenruimtes zonder millimeter speling.
Compositie is altijd geometrisch: chevrons, cirkels binnen vierkanten, zonnestralen, waaiers, trapjes. Symmetrie langs één of twee assen. Waar art nouveau vloeit, staat art deco stil in een strak grid.
Platina is het edelmetaal van de periode.

