Korte historische context
De firma wordt in 1892 in Parijs opgericht door de gebroeders Lacloche (Fernand, Léopold, Jules en Jacques) en groeit in de eerste decennia van de twintigste eeuw uit tot een gerespecteerd juweliershuis met vestigingen in Parijs, Londen, Madrid en Biarritz. In het interbellum positioneert het huis zich stevig in de art-deco: geometrische composities, platina met kalibré-geslepen kleurstenen, Egyptomanie na de opening van het graf van Toetanchamon (1922), en de bekende minaudières (rechthoekige avondtasjes uit één stuk metaal, waarvan de firma volgens veilingliteratuur er ook voor derden produceerde).
In 1931 gaat de firma failliet, deels als gevolg van de wereldwijde economische crisis van 1929. Anders dan Cartier, Van Cleef en Boucheron zet het huis daarna niet door; wat later onder verwante namen is verhandeld, valt buiten het historische oeuvre. Alles wat de firma als Lacloche Frères heeft gemaakt, is dus per definitie van vóór 1931, een harde datering die de vintage-markt structureel meeneemt.