De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Boheemse pyroop herkennen
Boheemse pyroop is klein (2–4 mm), heldergrenzend rood met een licht oranje ondertoon. Onder de loep zie je vaak fijne insluitsels die de authenticiteit bevestigen. De stenen zijn dicht op elkaar geklonken in een pavé-achtig patroon, zonder tussenruimte — dat is het handteken van Boheems werk uit de late negentiende eeuw.
Dichtgezette pavé versus losse zetting
Kwalitatief Boheems werk heeft een egaal, dicht pavé-oppervlak. Latere reproducties (jaren '50–'70) hebben vaak grotere tussenruimtes en machinaal gezette stenen. Een originele dichte pavé met licht onregelmatige handzetting is voor verzamelaars een sterke indicator van periodewerk.
Montuurmateriaal: tombak versus goud
Het metaal is bij Boheems werk doorgaans doublé of tombak (een messinglegering die op goud lijkt), met de stenen dicht op elkaar geklonken. De waarde zit vooral in het compleet en oorspronkelijk zijn. Nederlands granaatwerk uit dezelfde periode is zeldzamer: hier zit de granaat vaker op massief goud (14 of 18 karaat), met minder maar grotere stenen. Nederlandse stukken worden per stuk beoordeeld en zijn substantieel duurder.
Complete parures
Een complete parure (collier, oorbellen, broche, armband, soms ring) uit dezelfde suite is aanzienlijk meer waard dan de som van de losse delen. Volledig bewaarde Boheemse parures uit de late 19e eeuw zijn zeldzaam en trekken bij veilingen serieuze premies. Ook de originele étuis met stadsmarkering tellen mee.
Compleetheid en originele sluiting
Een Boheems collier heeft snel tussen de 100 en 300 stenen. Één ontbrekende steen valt op en vraagt om restauratie met tijdgetrouwe granaten — geen simpele klus. Een compleet, ongewijzigd stuk is beduidend meer waard dan een stuk met vervangen stenen. Originele sluitingen met karakteristiek Boheems handwerk (soms met een centrale granaat als 'sluitknoop') tellen extra mee.