Zabargad, een klein vulkanisch eiland in de Rode Zee voor de kust van Egypte, ergens in de klassieke Oudheid. Egyptische mijnwerkers halen bij fakkellicht olijfgroene kristallen uit spleten in het gesteente — het eiland was zo geheim gehouden dat elke bemanning die er landde onder doodsangst zweeg over de locatie. Ptolemaeïsche koningen bewaarden de kristallen als zonstenen; de Romeinen noemden ze topazios. Bijna tweeduizend jaar later, in het Engeland van koning Edward VII, keert dezelfde steen terug in de mode — nu in fijne platina- en goudmonturen, geflankeerd door diamanten en parels, gedragen als middagbrooch of avondring. Peridoot heeft altijd een aura van eerbiedwaardige eenvoud gehad.
Peridoot is de edelsteenvariant van olivijn, een magnesium-ijzer silicaat. De kleur ontstaat door ijzer, niet door sporenelementen — de steen is dus 'idiochromatisch': zijn kleur zit in het basismineraal zelf en varieert alleen in intensiteit, niet in tint. Dat verklaart waarom peridoot altijd groen is, van bleek olijf tot verzadigd appelgroen, maar nooit blauw, geel of rood. Belangrijke historische herkomsten zijn Zabargad (Egypte), Mogok in Birma (fijne kwaliteit), en sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw Pakistan (Suppat) en Arizona.
De steen in het kort
De hardheid van peridoot is 6,5 tot 7 op de Mohs-schaal — hard genoeg voor ringen, maar niet zo hard als saffier of robijn. De steen is enigszins gevoelig voor druk (heeft een neiging tot splijten langs kristalvlakken) en voor scherpe temperatuurwisselingen. Ultrasoon en stoomreiniging worden afgeraden.
Voor stijl-context is de edwardiaanse stijlgids de vaste referentie — peridoot is de kenmerkende gekleurde steen van deze periode. Als augustus-geboortesteen komt hij ook terug in de geboortestenengids.
In welke periodes je deze steen tegenkomt
In victoriaans werk (1837–1901) speelt peridoot een bescheiden rol, vooral in het archeologisch revival van 1860-1885 waarin klassieke stenen (peridoot, granaat, carneool) in Etruskische stijl worden hergebruikt. Grotere peridoten uit Zabargad zijn dan al zeldzaam op de markt en verschijnen vooral in Italiaans revival-werk (Castellani, Giuliano) en in Engelse sieraden met een klassieke referentie.
Edwardiaans (1901–1910) is de absolute bloeitijd van peridoot. Zie de edwardiaanse stijlgids. Koning Edward VII maakt de steen persoonlijk populair — hij droeg peridoot in zijn manchetknopen en horlogeketting, en er verspreidt zich een mode waarin peridoot als levendig groen contrast tegen wit platina en diamant wordt gebruikt. Ronde en ovale slijpsels, halo-monturen met diamanten en zachte, ijle constructies zijn kenmerkend. Fijne kwaliteit uit Birma-Mogok bereikt in deze jaren de Europese markt.
In art-nouveau (1890–1910) verschijnt peridoot in het natuurlijke kleurenpalet van de periode — vaak in bladvormen, vlinders of libel-broches, gecombineerd met email en zoetwaterparel. Zie de art-nouveau stijlgids. Na de Eerste Wereldoorlog verdwijnt peridoot grotendeels naar de achtergrond en keert pas in de moderne markt terug via Pakistaans en Arizonees materiaal vanaf de jaren negentig.
In victoriaans werk (1837–1901) speelt peridoot een bescheiden rol, vooral in het archeologisch revival van 1860-1885 waarin klassieke stenen (peridoot, granaat, carneool) in Etruskische stijl worden hergebruikt.
Oud vs modern
Waarom peridoot een eerlijke steen is: het materiaal wordt zelden behandeld. Anders dan bij saffier, robijn, aquamarijn of amethist is warmtebehandeling bij peridoot niet effectief (de kleur reageert niet) en zijn er geen commercieel gangbare kleurverbeteringen. Vrijwel alle peridoot op de markt — vintage én modern — is natuurlijke, onbehandelde steen. Dat is een zeldzaamheid en verklaart waarom peridoot in gemmologische kringen een 'schone' reputatie heeft.
De dubbele breking is een authenticiteitsteken op patroonniveau. Peridoot heeft een sterke dubbele breking (birefringentie): kijk door de tafel van een geslepen steen naar de tegenoverliggende facetranden en je ziet ze duidelijk dubbel. Geen glasimitatie of synthetische groene kwarts (die als peridoot-imitatie soms wordt aangeboden) vertoont dit effect. Voor de bredere leesgids over slijpsels en materiaalgedrag: slijpsels — een leesgids.
Synthetische peridoot bestaat als laboratorium-curiositeit maar heeft geen commerciële verspreiding — er is simpelweg geen markt voor omdat natuurlijk materiaal ruim en betaalbaar is. Imitaties zijn glas (klassiek) en groene YAG of GGG (moderne synthetische granaten die in kleur op peridoot lijken maar geen dubbele breking hebben). Voor het bredere imitatie-patroon: reproducties herkennen.
