Muzo, hoog in de Colombiaanse Andes, ergens in de zeventiende eeuw. Spaanse conquistadores hebben de mijn overgenomen van de Muzo-indianen die er al eeuwen smaragden wonnen. De ruwe kristallen worden verscheept naar Sevilla en verder naar de Mogol-hoven van India, waar ze in met goud gevatte hangers eindigen. Diezelfde route zal drie eeuwen lang draaien. Wie een vintage smaragd in handen krijgt, houdt met bijna zekerheid Colombiaans materiaal vast — Muzo, Chivor of Coscuez — dat via een oude handelsketen bij een Europees atelier terechtkwam en daar geslepen werd in de rechthoekige stapelfacet-vorm die we tegenwoordig 'smaragdslijpsel' noemen.
Smaragd is de groene variant van beryl, gekleurd door chroom en soms vanadium. Wat de steen anders maakt dan saffier of robijn is de karakteristieke brosheid en de bijna gegarandeerde aanwezigheid van insluitsels. Waar diamant beoordeeld wordt op 'zuiverheid = beter', geldt bij smaragd juist dat een compleet reine steen verdacht is: hij is dan waarschijnlijk synthetisch of glas. Insluitsels zijn bij smaragd geen defect maar een handtekening van authenticiteit.
De steen in het kort
Smaragd heeft een hardheid van 7,5 tot 8 op de Mohs-schaal — aanzienlijk zachter dan saffier of robijn en gevoelig voor schokken. Deze brosheid, samen met de bijna universele aanwezigheid van insluitsels (Frans: jardin), maakt smaragd tot de meest kwetsbare van de vier klassieke kostbare stenen (diamant, robijn, saffier, smaragd).
Belangrijkste historische herkomsten zijn Colombia (Muzo, Chivor, Coscuez), Zambia en Rusland (Oeral). Colombiaans materiaal domineert vintage werk en heeft de klassieke 'grasgroene' toon met een lichte blauwe zweem. Zambiaanse smaragd is donkerder en meer blauw-groen; Russische historische smaragden zijn matter en zeldzamer.
In welke periodes je deze steen tegenkomt
In Georgian en victoriaans werk (voor 1901) verschijnt smaragd vaak in cluster-broches, in slangenringen als kopsteen, en in verlovingssieraden. Zie de victoriaanse stijlgids. Cabochon-slijpsel is klassiek; smaragdslijpsel begint pas rond het einde van de negentiende eeuw dominant te worden.
Edwardiaans werk (1901–1910) gebruikt smaragd in platinamonturen, vaak in three-stone rings met flankerende diamanten, of als centrale steen in fijn ajourwerk. Zie de edwardiaanse stijlgids. Kleur en helderheid winnen aan gewicht; grote heldere Colombiaanse stenen komen op de markt.
In art-deco (1920–1935) beleeft smaragd zijn absolute hoogtepunt. De klassieke smaragdslijpsel — rechthoekig met afgeknotte hoeken, stapelfacetten — wordt gestandaardiseerd, deels om de brosheid van het materiaal te beschermen (rechte hoeken zonder kwetsbare punten) en deels omdat de geometrische vorm perfect past bij de art-deco esthetiek. Zie de art-deco stijlgids. Cartier's 'Tutti Frutti' composities met gesneden Indiase smaragden zijn iconisch voor deze periode.
In Georgian en victoriaans werk (voor 1901) verschijnt smaragd vaak in cluster-broches, in slangenringen als kopsteen, en in verlovingssieraden.
Oud vs modern
De smaragdslijpsel zelf is deels een oud, deels een modern verhaal. De basisvorm bestaat al vanaf de zeventiende eeuw, maar de precieze stapelfacet-proporties zoals wij die kennen kristalliseren uit in de vroege twintigste eeuw. Vintage smaragden vertonen vaak lichte onregelmatigheden in de hoeken en niet-uniforme facetten — handwerk, niet fout. Zie de gids slijpsels voor de bredere context van slijpselevolutie.
Behandeling met olie, was of hars is bij smaragd al eeuwen gebruikelijk en volstrekt geaccepteerd. Cedershar-olie werd al in de negentiende eeuw gebruikt om oppervlaktebrekende insluitsels optisch te verbergen en de steen beter te doen ogen. Moderne polymeerhars-behandelingen (Opticon, ExCel) zijn strenger gereguleerd en moeten worden vermeld. Voor vintage smaragden mag men aannemen dat er ooit olie of was is aangebracht; dat is geen bezwaar mits het bekend is en de behandeling niet is doorgeslagen tot vulling van grote holtes.
Vroege synthetische smaragden verschijnen pas ver na de synthetische robijn en saffier. Chatham begon in 1935 met hydrothermale synthese; Gilson en anderen volgen in de jaren vijftig en zestig. Een synthetische smaragd in een sieraad van vóór 1935 is dus per definitie verdacht — hetzij als latere vervanging, hetzij als datering-issue met het sieraad zelf. In moderne vintage (na 1950) kan synthetische smaragd wél periodecorrect zijn.
Insluitsels lezen. Onder een loep zie je in Colombiaans materiaal drie-fase insluitsels (vast, vloeibaar en gas in één holte), 'jagged' vloeistofveertjes en soms pyriet-kristalletjes. Zambiaanse smaragd toont donkere amfibool-naaldjes. Gehydrothermale synthetische smaragden vertonen daarentegen chevron-vormige groeilijnen en soms 'nailhead spicules'. Voor twijfelgevallen: laboratoriumrapport.
