Duitsland: halve maan, kroon en rijksteken
Op basis van de rijkswet van 1884 kent Duitsland vanaf 1888 een verplicht figuratief rijksteken voor edelmetaal. Voor zilver is dat de combinatie van halve maan en keizerskroon (Halbmond & Krone), altijd samen ingeslagen en meestal gecombineerd met een gehaltegetal in duizendsten. Gebruikelijke Duitse zilvergehaltes zijn 800, 835, 900 en 925. Voor goud voert dezelfde wet een rijkskroon in een zonneteken in, eveneens gecombineerd met het gehalte in duizendsten (bijvoorbeeld 585 of 750) en een firmateken of maker's mark. Op Duitse gouden horlogekasten bleef dit rijksteken tot 1976 verplicht ingeslagen; nadien werd de plicht opgeheven, maar veel Duitse ateliers slaan de tekens uit traditie nog steeds vrijwillig in.
Duits werk uit de periode vóór 1888 kan wisselend gemerkt zijn; provinciale keuren van de talrijke Duitse staten (Pruisen, Beieren, Saksen, Hessen) verschillen onderling. Deze provinciale tekens zijn een specialisme; raadpleeg voor precieze determinatie een gespecialiseerde bron.
Op basis van de rijkswet van 1884 kent Duitsland vanaf 1888 een verplicht figuratief rijksteken voor edelmetaal.
Oostenrijk: dierkopkeuren met de Diana-kop voorop
Oostenrijk voerde in de tweede helft van de negentiende eeuw een systeem van figuratieve dierkopkeuren in. De bekendste is de Diana-kop, in profiel, als zilverkeur; voor goud golden aparte dierkoppen die per gehalte en periode verschilden. Kenmerkend voor het Oostenrijkse systeem is dat een letter binnen het keurteken het keurkantoor aanduidt — een A voor Wenen, met andere letters voor de overige kantoren. Voor de exacte set dierkoppen, gehaltes en kantoorletters is het officiële Oostenrijkse register (of een gespecialiseerde publicatie) de aangewezen bron; laat je bij determinatie niet leiden door lijstjes die stadsattributen aan dieren koppelen — die zijn in de praktijk vaak fout.
Boheems werk (nu Tsjechië) uit de laat-negentiende eeuw is vaak zwak gemerkt of ongestempeld. Voor granaatwerk is het ontbreken van een keur eerder regel dan uitzondering — dun materiaal en gewichten onder de keurgrens.

Zwitserland en Scandinavië
Zwitserland kent sinds het einde van de negentiende eeuw een verplicht keurstelsel. De Zwitserse edelmetaalcontrole gebruikt figuratieve keuren die per metaal en periode verschillen; ze zijn vooral bekend van horlogekasten, waar de tekens tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn ingeslagen. Verzin bij determinatie geen vaste koppeling tussen dier en gehalte: de tekens zijn door de tijd heen gewijzigd en de betekenis is periodegebonden. Voor exacte determinatie is het officiële register van de Zwitserse edelmetaalcontrole (Bureau central du contrôle des métaux précieux) de aangewezen bron.
Zweden voert al eeuwen het driekronen-teken op zilver — drie kronen in een driehoekige compositie, gecombineerd met een stadsteken en een jaarletter. Deense zilvermerken (het bekende '3 tårne' of Deense stadsmerk) zijn vergelijkbaar systematisch. Scandinavisch werk uit de twintigste eeuw is vrijwel altijd volledig gemerkt.
Rusland: het kokoshnik-profiel
In 1899 voerde Rusland het kokoshnik-profiel in — het profiel van een vrouwenhoofd met traditionele Russische hoofdtooi — als landelijk gehalteteken. Werk van vóór 1899 draagt dit kokoshnik niet, maar in plaats daarvan stads- en essayeurstekens die per keurkantoor verschillen. In 1908 werd het kokoshnik-ontwerp gewijzigd, zodat werk uit de tsarentijd (tot 1917) grofweg in drie stempelperiodes uiteenvalt: vóór 1899, 1899–1908 en 1908–1917. Naast het kokoshnik verschijnt vrijwel altijd een gehaltegetal in zolotnik, het oude Russische systeem (56 voor 14 karaat goud, 72 voor 18 karaat, 84 voor zilver).
Voor Sovjet- en post-Sovjet werk gelden andere systemen die per periode wisselen. Bij twijfel over een Russisch stuk is een specialistische bron onmisbaar; het aanbod aan reproducties van fabergé-achtig werk is groot en de authentieke stempels zijn goed gedocumenteerd bij grote veilinghuizen en musea.
Verenigde Staten: geen verplicht keurstelsel
De Verenigde Staten kennen — anders dan Europa — geen verplicht overheidskeurstelsel. Amerikaanse fabrikanten zijn alleen gebonden aan de National Gold and Silver Marking Acts, die voorschrijven dat een gehalteaanduiding samen met een makersnaam of geregistreerd merk moet worden ingeslagen. Er is geen assay office, geen jaarletter en geen figuratief waarborg.
Amerikaans werk draagt daarom typisch een gehalte in karaats (14K, 18K), soms met de toevoeging 'PLAT' voor platina of 'STERLING' voor 925 zilver, plus een makersnaam of merkteken. Dat is juridisch voldoende — maar voor verificatie betekent het dat er geen onafhankelijke instantie is die het gehalte gecontroleerd heeft. Voor waardevolle Amerikaanse stukken (Tiffany, Cartier New York, Harry Winston) is een XRF-meting bij een gespecialiseerde juwelier daarom de aangewezen extra stap.