De vier vaste onderdelen van een Brits hallmark
Een compleet Brits hallmark bestaat uit vier tekens die vrijwel altijd naast elkaar staan. Het gehalteteken laat de zuiverheid van het metaal zien — voor zilver de leeuw passant (sterling, 925), voor goud een getal in duizendsten (375 voor 9ct, 585 voor 14ct, 750 voor 18ct, 916 voor 22ct). Het assay office-teken vertelt in welke stad het stuk gekeurd is: de luipaardkop staat voor Londen, het anker voor Birmingham en het kasteel voor Edinburgh. Sheffield voerde tot 1975 een kroon als assay-teken en pas daarna de tudorroos die het kantoor vandaag gebruikt — op vintage Brits zilverwerk is de kroon dus het teken dat je in de praktijk tegenkomt. De jaarletter is een enkele letter in een schild waarvan de vorm per office verschilt. De sponsor's mark tot slot is de inschrijving van de maker of het atelier — een set initialen in een klein vak.
Deze vier tekens hoeven niet in een vaste volgorde te staan, maar zijn wel altijd samen aanwezig op werk dat officieel is gekeurd. Ontbreekt een teken, dan is het stuk óf onder de wettelijke gewichtsgrens gemaakt óf later gerepareerd zonder herkeuring.
Een compleet Brits hallmark bestaat uit vier tekens die vrijwel altijd naast elkaar staan.
Dateren met de jaarletter: gebruik de officiële registers
De jaarletter is het krachtigste dateringsinstrument in het Britse systeem. Elk assay office heeft zijn eigen cyclus, waarbij een lettertype en de omtrek van het schild na elke doorloop (meestal 25 jaar) veranderen. Een A in een Georgiaans schild betekent iets anders dan een A in een sans-serif letter in een moderne cartouche.
De officiële registers van de vier huidige assay offices (Londen, Birmingham, Sheffield en Edinburgh) publiceren de complete jaarletter-tabellen. Deze registers zijn de enige betrouwbare bron: gebruik ze en verzin nooit zelf een datering op basis van een letter alleen. In deze gids nemen we geen tabellen op — de assay offices doen dat beter en houden hun eigen data actueel.

Typisch Britse gehaltes: 9ct-goud en 22ct
Waar het continent grotendeels op 585 en 750 werkt, kent Groot-Brittannië twee eigen gehaltes die je op vrijwel elk stuk tegenkomt. 9ct-goud (375) is de traditionele instapkwaliteit — historisch de meest verkochte gouden trouwring in het Verenigd Koninkrijk, herkenbaar aan een iets warmer en zachter oppervlak dan 14ct. 22ct-goud (916) verschijnt vooral op oudere Britse trouwringen en op gouden werk uit de koloniale periode; het is opvallend zacht en heeft de diepere, roodachtige gloed van een hoog goudgehalte.
Kom je een Brits stuk tegen zonder gehaltegetal maar met het teken van een assay office plus de leeuw passant, dan is het sterling zilver — de leeuw is het gehalteteken zelf en hoeft niet met 925 gecombineerd te worden.
Chester en Glasgow: gesloten kantoren op antiek werk
Naast de vier huidige assay offices bestonden tot in de twintigste eeuw ook kantoren in Chester en Glasgow. Chester sloot in 1962, Glasgow in 1964. Op laat-victoriaans, edwardiaans en art-nouveau Brits werk kom je hun tekens regelmatig tegen — Chester werkte met drie tarwe-schoven (een variant op het stadswapen), Glasgow met een schildje waarop een boom, vis en bel. Beide zijn goede indicatoren voor werk uit die specifieke regio's, en waardevolle informatie voor verzamelaars van Britse provinciestukken.
Optionele extra tekens: duty marks en commemoratieve tekens
Tussen 1784 en 1890 werd op Brits werk een duty mark ingeslagen — het profielhoofd van de regerende monarch, dat aantoonde dat de belasting was betaald. Deze tekens dateren een stuk binnen die periode van ruim een eeuw en helpen om binnen de regeerperiode van de betreffende vorst een globale plaatsing te maken; ze dateren niet tot op het jaar. Voor exacte jaartallen blijft de jaarletter leidend. Commemoratieve tekens (kroning, jubileum, platinum jubilee) zijn iets anders: die zijn nooit verplicht, maar wanneer ze aanwezig zijn dateren ze het stuk wél exact tot dat specifieke jubileumjaar.