De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Emailconditie — de kritieke factor
Art nouveau leunt zwaar op email in verschillende technieken: cloisonné (met metaalscheiding), champlevé (in uitgegraven vakken) en het meest waardevolle plique-à-jour (email zonder metaalachtergrond, waardoor het licht als glas-in-lood doorlaat). Elke chip, elke barst en elke ontbrekende emaille-partij drukt de waarde direct en aanzienlijk — een compleet ongeschonden plique-à-jour vlak is technisch bijna niet te reproduceren.
Een taxateur bekijkt onder de loep of de emaille-oppervlakken glad en gaaf zijn, of er haarscheurtjes zijn en of er sporen zijn van latere retouches (afwijkende kleur, ander glansniveau). Voor plique-à-jour is bovendien de transparantie zelf van belang: elke onderbreking in het lichtdoorlatende karakter is nadelig.
Gesigneerd versus anoniem
De grote namen — René Lalique in Parijs, Philippe Wolfers in Brussel, Georges Fouquet, Louis Comfort Tiffany voor het Amerikaanse werk — vormen een eigen verzamelmarkt met dramatisch andere prijsniveaus dan het anonieme periodewerk. Signering moet uiteraard verifieerbaar zijn; kopieën komen voor. Voor authenticiteit is een onafhankelijke specialist met veilingervaring de aangewezen route.
Anoniem art-nouveau werk uit dezelfde periode heeft een eigen, aparte markt. Voor een grote groep verzamelaars is het periode-typische ontwerp en de handwerkuitvoering belangrijker dan de signatuur — dat werk wordt regelmatig tussen vijfhonderd en drieduizend euro verhandeld, afhankelijk van materiaal en compleetheid.
Ontwerp en iconografie
Vrouwenprofielen. Golvend haar, zachte lijnen, vaak in profiel geboetseerd. Signature-motief van de stroming.
Insecten. Libellen, vlinders, hommels — vaak in plique-à-jour uitgevoerd. Sterk verzameld.
Flora. Orchideeën, irissen, papavers, distels. Complete bloemcomposities zonder ontbrekende bladeren zijn zeldzaam.
Symbolistische motieven. Slangen, pauwen, zwanen. Vaak in combinatie met opalen of maansteen — periodetypisch.
Materiaal en steenkeuze
Art nouveau werkt bewust met 'zachtere' materialen: opaal, maansteen, ivoor (nu handelsbeperkt), hoorn, geëmailleerd goud. De kunstenaars kozen voor lichteffect en symboliek boven brute steenwaarde. Voor een taxateur betekent dit dat de conventionele waardering (diamant + zwaar goud) minder van toepassing is; ontwerp, uitvoering en compleetheid van de emaillepartijen bepalen het merendeel.