De waardefactoren
Een taxateur weegt bij deze categorie een vast aantal criteria. Hieronder leggen we ze uit, in de volgorde waarin ze doorgaans worden bekeken.
Natuurlijk versus gekweekt
Natuurlijke parels ontstaan zonder menselijke tussenkomst en zijn sinds de jaren '20 zeldzaam. Ze worden altijd verhandeld met certificering door een gerenommeerd lab (SSEF, GIA) op basis van röntgenonderzoek. Gekweekte parels — vanaf de jaren '20 gemeengoed — vormen de overgrote meerderheid van wat je in vintage snoeren aantreft.
Akoya, Zuidzee, Tahiti of imitatie
Akoya. Klassieke Japanse kweekparels, meestal 6–9 mm, wit tot lichtcrème, hoge lustre. Standaard voor mid-century snoeren.
Zuidzee & Tahiti. Groter (10–15+ mm), meestal jaren '80 en later. Zuidzee wit tot goud, Tahiti donker met groene of paarse overtoning.
Imitatie. Van eenvoudig glas met parelmoercoating tot de zeer verfijnde Majorca- en Miriam Haskell-parels.
Vóór of na 1920
Een snoer dat aantoonbaar van vóór 1920 is (via familiedocumentatie, foto's, of oude taxatierapporten) heeft een sterk vermoeden van natuurlijke herkomst. Voor snoeren uit de jaren '30 en later is Akoya de default; alleen labonderzoek geeft uitsluitsel.
Snoerlengte en sortering
Choker (35–41 cm), princess (45 cm), matinee (55–60 cm), opera (75–90 cm), sautoir (>115 cm). Bij een snoer telt ook de sortering: goed gesorteerde snoeren waarin geen enkele parel opvalt in kleur of vorm zijn zeldzaam. Homogene lange snoeren doen het commercieel beter dan graduated (opklimmende) snoeren.
Sluiting als waardedrager
De sluiting kan zelfstandig honderden euro's toevoegen: een 18kt gouden barrelsluiting met natuurlijke parel, een saffier-cabochon in art-decostijl, of een gesigneerde clasp van een groot huis. Bewaar de originele sluiting altijd, ook als je het snoer laat opnieuw rijgen.