Whitby, aan de Yorkshire-kust, jaren 1870. In een werkplaats vlakbij de haven wordt versteend hout — zwart, licht, gemakkelijk te draaien — tot broches, kettingen en ringen verwerkt. Sinds koningin Victoria in 1861 haar man verloor en vier decennia rouwde, is de vraag naar Whitby jet zo groot dat de stad tientallen ateliers telt. Elk stuk krijgt een fluweelzachte polijstlaag die zwart oplicht in kaarslicht, zonder de harde glans van glas. Als de rouwmode voorbijgaat rond 1900 gaan de meeste ateliers dicht; wat blijft is een verzamelmarkt waarin het onderscheid tussen echt jet en de vele imitaties de kern van de kwestie is.
Git (in het Engels 'jet') is versteend, sterk gecomprimeerd hout — meestal Araucaria — dat over miljoenen jaren tot een zachte, koolachtige stof is gemetamorfoseerd. Hardheid slechts 2,5 tot 4 op de schaal van Mohs, dichtheid rond 1,3 (aanzienlijk lichter dan glas of onyx). Het beste materiaal komt uit Whitby; goedkoper Spaans jet is broozer en donkerder.
De steen in het kort
In vintage sieraden ontmoet je git vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw als rouwsteen. Zie de gids rouwsieraden. Broches met haarwerk of miniatuur-portret, lange kettingen (chatelaines), oorhangers met facetten en manchetknopen zijn de gangbare vormen. Na 1900 zakt de vraag scherp; wat er nog geproduceerd wordt is meestal geen echt Whitby jet meer maar Frans git, vulkaniet of persparel.
Voor de bredere logica van patroonherkenning: reproducties herkennen. Voor waardevragen per stuk: prijsgidsen.
In welke periodes je deze steen tegenkomt
Vroeg- en midden-victoriaans werk (1837–1880) toont git als handmatig gesneden en gepolijste broches, kettingen en oorhangers, vaak met bloem-, ranken- of kruismotieven. Zie de victoriaanse stijlgids. Deze stukken zijn nagenoeg altijd echt Whitby jet; de kwaliteit van de handbewerking is de eerste waardefactor.
Laat-victoriaans en edwardiaans werk (1880–1910) toont steeds meer imitaties. Frans git (Vauxhall glass, gemaakt in Franse en Engelse glasfabrieken) verschijnt vanaf circa 1870 als goedkoper alternatief. Vulkaniet (gevulkaniseerd rubber) komt vanaf 1855 op, later ook ebonit; beide zijn kunststof en lichter dan glas. In dezelfde periode gebruiken ateliers gefacetteerde onyx voor koudere, harder-glimmende varianten in half-mourning en herdenkingswerk.
Art-deco en later gebruikt zwart materiaal opnieuw — nu bijna zonder uitzondering onyx of zwart email — maar dat valt buiten de eigenlijke git-traditie. Voor die kadering zie de art-deco stijlgids.
Vroeg- en midden-victoriaans werk (1837–1880) toont git als handmatig gesneden en gepolijste broches, kettingen en oorhangers, vaak met bloem-, ranken- of kruismotieven.
Oud vs modern — de vier verwisselingen
Echt Whitby jet: extreem licht in de hand (dichtheid ~1,3), warm bij aanraking (voelt niet koud aan zoals steen of glas), en fluweelzacht bij een gepolijst oppervlak. Onder een 10× loep zie je soms fossiel-houtstructuur; bij handbewerkt werk zijn de facetten licht onregelmatig. Statisch: als je jet even over wol wrijft, trekt hij pluisjes aan (elektrostatische lading).
Frans git (zwart glas, Vauxhall glass): merkbaar zwaarder dan echt git, koud bij aanraking, harde glasachtige glans. Onder loep vaak kleine gasbelletjes zichtbaar. Facetten zijn machinaal identiek — vaak een geometrisch dambordpatroon typerend voor Franse en Engelse pers-glas-productie na 1870.
Vulkaniet en ebonit: gevulkaniseerd rubber, in gebruik vanaf 1855. Lichter dan glas maar zwaarder dan echt jet, voelt lauwwarm aan (kunststof), toont onder loep een gladdere structuur zonder de fossiele textuur van jet. Vulkaniet verkleurt over decennia bruinachtig door UV-blootstelling — een ouderdomsteken dat echt jet niet vertoont. Als je een klein onopvallend plekje voorzichtig verwarmt (bijvoorbeeld met een verhitte naaldpunt in een verborgen hoek), ruikt vulkaniet naar rubber; jet ruikt naar kool. Alleen doen bij overduidelijke twijfel en op een verborgen plek.
Onyx: gefacetteerde zwarte chalcedoon, zwaarder dan alle bovenstaande (dichtheid 2,65), koud bij aanraking, harde spiegelglans zonder de zachte diepte van jet. Onder loep glasscherpe facetranden zonder de zachte polijstlaag van jet. Onyx komt vooral in art-deco werk voor.
