Leven en atelier
De firma wordt in 1856 in Utrecht opgericht door Gerard Bartel Brom en groeit onder zijn zonen en kleinzoons uit tot een van de belangrijkste Nederlandse edelsmederijen. De artistieke leiding gaat na de stichter over op Jan Hendrik Brom en later op Jan Eloy Brom en Leo Brom, die het atelier op zijn hoogtepunt brengen: opdrachten voor kerken en kathedralen in binnen- en buitenland, samenwerkingen met architecten uit de neogotiek en de Bossche School, en werk voor bisschoppelijke jubilea en pauselijke bezoeken.
De productie is overwegend monumentaal: kelken, cibories, monstransen, kruisen, reliekhouders, tabernakels en bisschopsstaven. Dit is het domein waar de firma naam heeft gemaakt en waar het overgrote deel van het oeuvre in ligt. Draagbare sieraden vormen een nevenspoor: kruisjes, medailles, ordetekens en enkele broches, meestal in opdracht en in beperkte oplage. In 1961 wordt het atelier gesloten; wat daarna onder de naam is verhandeld, valt buiten het historische oeuvre.
Voor de bredere context van Nederlands zilver uit deze periode verwijzen we naar onze leesgids over Nederlands zilver, waarin de plaats van edelsmederijen naast fabrikanten en gouden- en zilversmeden verder wordt uitgewerkt.
