Skønvirke en de Deense zilvertraditie
Skønvirke is een Deense beweging voor toegepaste kunst die rond 1907 (met de gelijknamige tijdschrifttitel) vorm krijgt en die de Deense zilveren sieradenkunst tussen circa 1900 en 1930 domineert. De beweging is verwant aan de Britse Arts and Crafts en de continentale jugendstil, maar heeft een eigen accent: ambachtelijke uitvoering, natuurmotieven (druiven, klimop, eikels, bloemknoppen), en een expliciete voorkeur voor zilver boven goud. Het idioom is rustiger dan de Weense geometrie en warmer dan de Britse Cymric-lijn.
Naast de bekende Kopenhaagse hoofdnaam (die in zijn eigen merkgids wordt behandeld) opereren in dezelfde periode meerdere zelfstandige ateliers. Evald Nielsen (1879–1958) leidt vanaf 1905 een eigen atelier in Kopenhagen en ontwikkelt een expliciet organische signatuur met vaak zwaardere zilveren compositie en cabochon-geslepen halfedelstenen. Bernhard Hertz (grondlegger van het familiebedrijf dat vandaag onder BH-merk verder gaat) produceert vanaf de late negentiende eeuw een breed spectrum aan Deens zilver, van skønvirke tot latere strakkere lijnen. Daarnaast opereren firma's als Georg Kramper, Peter Hertz en Christian Fr. Heise, die in de Nederlandse handel minder bekend zijn maar in taxaties met regelmaat opduiken.
De Nederlandse zichtbaarheid van dit werk verklaart zich uit twee samenlopende factoren: de Deense zilverproductie was op export ingericht, en de Deense esthetiek (rustig, ambachtelijk, herkenbaar) sloot goed aan bij de Nederlandse smaak van het interbellum en de naoorlogse decennia. Wie in Nederland vintage zilver koopt, komt daarom snel op Deens werk uit, en de longtail "deens zilver sieraden" en "skonvirke" (ook zonder de o met streep, zoals hij in Nederland vaak wordt getikt) is een gerichte zoekvraag.
