Leven en atelier
Het huis is in Den Haag ontstaan in de eerste helft van de twintigste eeuw en heeft zich vanaf dat moment een positie verworven tussen de gevestigde Haagse juweliers. De stad zelf leverde de opdrachtgevers: hofleden, ministeriële gasten, gezanten en de Haagse burgerij die op officiële gelegenheden een sieraad droeg dat aan de gebeurtenis was aangepast. Voor zulke opdrachten was Den Haag een logische locatie, omdat de winkel dicht bij de opdrachtgever zat en aanpassingen (formaatwijzigingen, nieuwe zettingen, gedenkgraveringen) snel konden worden uitgevoerd.
Het huis draagt het predicaat hofleverancier, wat in Nederland een gebonden en periodiek herzien onderscheid is. Dat predicaat betekent niet dat elk stuk uit deze winkel als hofwerk werd uitgevoerd; het betekent wel dat de winkel over jaren met opdrachten uit die hoek te maken heeft gehad, en dat het atelier vertrouwd was met de eisen die aan representatiewerk worden gesteld: rustige compositie, bestendig zetwerk, een afwerking die op de lange termijn oogt zoals bij de eerste presentatie.
Voor de vintage-markt is de firma vandaag vooral een bron van sieraden uit de periode 1920–1970: verlovingsringen, colliers, ordetekens en het gebruikelijke burgerlijk juweel voor bijzondere gelegenheden. Later werk uit dezelfde naam bestaat, maar valt buiten het bereik van deze gids.
