Leven en atelier
Lalique leert in Parijs en Londen, werkt aanvankelijk voor andere Parijse juweliers en opent in de jaren 1880 een eigen atelier. In de jaren 1890 ontwikkelt hij het idioom waar hij beroemd om wordt: sieraden waarin de kunstenaarshand en het motief belangrijker zijn dan de intrinsieke waarde van de gebruikte edelstenen. Op de wereldtentoonstelling in Parijs (1900) presenteert hij een vitrine die achteraf als kantelpunt in de Franse sieradenkunst wordt gezien.
Vanaf grofweg 1912 verlegt hij zijn aandacht naar glasontwerp: parfumflacons, tafelservies, verlichting en autoradiateurornamenten. Die glaslijn wordt na de Eerste Wereldoorlog zijn hoofdactiviteit — en is de kant waar de meeste mensen vandaag de naam mee associëren. De sieradenperiode is dus tijdelijk en relatief kort, wat de schaarste en verzamelwaarde van het sieradenwerk mede verklaart.
